Aan het begin van het Plioceen ziet de wereld er al ongeveer zo uit als we die in de 21ste eeuw kennen.
In dit korte tijdperk zet de grasrevolutie zich voort en de herbivore dieren perfectioneren hun
aanpassingen om het te eten, zoals de vier magen van een rund. In het Plioceen ontstaat de Himalaya,
doordat het eiland India tegen het vasteland aan beukt en zo de bergen vormt. De bergen hebben effect
op het weer, de regens bijvoorbeeld worden niet naar Afrika vervoerd, zodat daar woestijn werd gevormd,
maar blijven in Azië, zodat daar de moessons ontstaan. Het Plioceen is eigenlijk het staartje van het
Mioceen, maar in één opzicht is het een belangrijk tijdperk. Zo rond deze tijd onstaan de
Hominiden, de rechtoplopende apen en onze voorouders. Eigenlijk is het voor alle primaten een goede tijd,
behalve de Hominiden leven er ook veel andere mensapen zoals de Gigantopithecus en de Ramapithecus.
De Hominiden ontwikkelen hun rechtopgaande gang omdat dit efficienter is in een open savanne.
In het open terrein is het als aap beter om op twee dan op vier benen te lopen. Het Plioceen is een goede
tijd om te leven, maar aan de horizon verschijnen al de ijstijden, het donkere Pleistoceen staat voor de deur.