Zeekoeien



In de zelfde tijd dat de walvissen terug de zee in kropen was er nog een andere familie van zoogdieren die zich aanpasten aan een leven in het water, en wel de zeekoeien. In tegenstelling tot de meeste walvissen zijn zeekoeien herbivoren, ze eten waterplanten. Aangezien waterplanten niet groeien in open zee blijven zeekoeien altijd bij de kust en in binnenwatertjes. Zeekoeien hebben een tonvormig lijf, tot flippers omgevormde poten en een afgeplatte staart.
De nauwste, nog op het land levende verwant van de zeekoeien is waarschijnlijk de olifant. In het tropische klimaat van het Eoceen waren er uitgestrekte zeegrasvelden en de zeekoeien pasten zich aan aan het water om deze voedselbron te benutten. Naarmate de aarde afkoelde ging het achteruit met de zeekoeien, en ze komen nu alleen nog voor rond de evenaar. Hoewel de inmiddels uitgestorven Steller Zeekoe zich aangepast had aan een koud klimaat.
Er is nog niet zo heel veel bekend over de evolutie van de zeekoeien, maar het lijkt er op dat hun voorouders ongeveer dezelfde aanpassingen hebben getroffen als de walvissen en de tussenvormen vertonen net als de vroege walvissen nog achterpootjes.
In de tekening is een speculatieve zeekoe weergegeven, met korte achterpootjes en kleine slagtanden voor het wroeten in de zeebodem.