Thylacosmilus



dieet: carnivoor
grootte: 1,2 meter lang
gewicht: ongeveer 50 kilo
tijd: laat Miceen tot vroeg Piloceen
locatie: Argentinië



Hij lijkt op een sabeltandkat, maar Thylacosmilus is een buideldier.
Een typisch geval van convergente evolutie. Dat wil zeggen dat twee totaal verschillende dieren de zelfde aanpassingen hebben. Thylacosmilus had enorme sabeltanden, maar is geen sabeltandkat, hij is zelfs in het geheel geen kat, maar een buideldier. De sabeltanden werden gebruikt om grote prooien te doden net als de katten deden, maar Thylacosmilus was zelfs nog beter bewapend dan sabeltandkatten zoals Smilodon. Terwijl de tanden van Smilodon niet zo diep zijn verankerd in de kaak en makkelijk afbreken als ze in aanraking komen met bot of als het prooidier tegenstribbeld, de tanden van Thylacosmilus zijn diep verankerd en zo gebouwd dat ze tegen een stootje kunnen. Ook had het buideldier in de onderkaak botuitgroeisels (apofyses) die parallel liepen met de tanden, en zo die beschermden tegen harde klappen als de bek gesloten was.
Tenslotte had Thylacosmilus, mocht er ondanks alles toch iets gebeuren met zijn tanden, de mogelijkheid ze weer aan te laten groeien. Dit alles, samen met krachtige poten om achter grote hoefdieren aan te gaan en sterke nekspieren om de sabels diep in de prooien te drijven, maakte Thylacosmilus een formidabel roofdier.

Het is daarom ook moeilijk te begrijpen waarom de Thylacosmilus en zijn familieleden uiteindelijk zijn verdrongen door de minder goed aangepaste sabeltandkatten. Die kwamen in het begin van het Pleistoceen vanuit Noord-Amerika naar het zuiden, toen de continenten Noord -en Zuid-Amerika met elkaar in verbinding kwamen. Waarschijnlijk heeft het toch te maken met de wijze van voortplanten, want eigenlijk was bij het uitsterven van de dinosauriërs, waarbij ook negen op de tien buideldieren uitstierven, al bewezen dat de placentaire dieren ( Daar worden de jongen geboren met behulp van een placenta, een navelstreng.) zich beter kunnen handhaven dan buideldieren . De placentaire dieren merkten nauwelijks iets van het uitsterven. In Zuid-Amerika zijn de buideldieren tegenwoordig verdwenen (Met uitzondering van de oppussum, die leeft nog steeds in Zuid -en Noord-Amerika.), en in Australië leven ze nog omdat daar nog niet veel placentaire dieren zijn.
De familie Thylacosmilidae waren de opvolgers van de Borhyaenidae, beerachtige buideldieren, en leefden vijf miljoen jaar als toproofdieren, totdat ze op hun beurt door de sabeltandkatten werden overschaduwd.



© J.Kielen