Smilodon



betekenis: "Dolktand"
dieet: carnivoor
grootte: 1,2 meter hoog bij de schouder
gewicht: ongeveer 300 kilo
tijd: laat Pleistoceen
locatie: Noord en Zuid-Amerika



Smilodon was de klassieke sabeltandkat.
Fossielen van de befaamde sabeltandkat Smilodon zijn overvloedig gevonden in de teerputten van Rancho La Brea in Noord-Amerika. Maar Sabeltandkatten zijn bijna overal ter wereld gevonden. De familie der sabeltandkatten is ontstaan in het vroeg Oligoceen en stierven uit een paar duizend jaar geleden terug. Ze leefden als familie langer dan welke dinosaurusfamilie ook, je zou dan ook kunnen zeggen dat de sabeltandkat het meest succesvolle type roofdier ooit is.
Smilodon was de grootste sabeltandkat, en binnen het genus Smilodon was S.populator uit Zuid-Amerika de grootste. De sabeltanden waren 30 centimeter lang, hij moest zijn bek 90 graden openen om nog te kunnen bijten en de kaken waren aangepast om zo ver te worden opengesperd. De tanden werden niet gebruikt om de prooi vast te grijpen, daar waren ze te breekbaar voor. Smilodon gebruiken alleen zijn voorpoten om de prooi te grijpen en tegen de grond te werken. Eenmaal op de grond werden de tanden in de hals van de prooi gestoken, waarbij de bloedvaten werden doorklieft en de luchtpijp werd afgesloten. En beet was voldoende om de prooi te doden.
Smilodon was duidelijk een groepsdier. De enige hedendaagse kat die in groepen leeft en jaagt is de leeuw, maar sabeltandkatten deden dat ook. Sommige Smilodonskeletten vertonen zware verwondingen, normaal zouden die dodelijk zijn, omdat het dier dan niet kon jagen. De verwondingen waren echter geheeld, dat kan alleen omdat de gewonden meeaten van de prooi die de gezonde Smilodons hadden gedood. Dit geeft dus aan dat Smilodon in groepen leefden en jaagden, en in tegenstelling tot veel andere katten een sociaal dier was.
Sabeltandkatten zijn eigenlijk een afsplitsing van de familie van de katten (Felidae),en worden gekenmerkt door de vorm van hun tanden. Katten zoals de tijger en de leeuw hebben kegelvormige hoektanden, die van sabeltandkatten zijn meer afgeplat en vaak heel lang. Niet altijd trouwens, want er waren ook sabeltandkatten met korte hoektanden zoals Deinofelis en Homotherium. Het is dus de vorm, en niet de lengte die bepaald of het een sabeltandkat is of niet. Alle sabeltandkatten zijn overigens uitgestorven, ook die met korte tanden.
Sabeltandkatten, inclusief Smilodon, jaagde op grote dikhuidige prooien. Dat is wat hen verschilt van andere katten met korte hoektanden. Leeuwen of luipaarden jagenin de meeste gevallen op dieren kleiner dan zijzelf. Het grootste dier dat een leeuw ooit zal doden is een buffel, maar de prooien die Smilodon bejaagde waren van het formaat neushoorn of nijlpaard. De sabeltandkat Homotherium schijnt zelfs op mammoeten te hebben gejaagd. Voor sabeltandkatten was het trouwens niet mogelijk om kleine prooien te doden, hun sabeltanden zouden breken als ze in contact komen met bot en dat kan je niet voorkomen met kleine prooien. Nijlpaarden, neushoorns en olifanten kwamen tijdens de ijstijd overal ter wereld voor, dus overal ter wereld was er voedsel voor de sabeltandkatten. Met het aflopen van de ijstijden stierven de grote dieren overal uit, (Behalve in Afrika, hier komen hier dan ook wel geen sabeltandkatten meer voor, maar nog wel de grootste diversiteit aan katten.) dus dit is wellicht de reden dat ze uitstierven en alleen de katten met korte tanden overbleven.

© J.Kielen

© J.Arts & J.Kielen

© J.Arts & J.Kielen

© J.Kielen