Mammuthus primigenius



betekenis: "Aardmol"*
dieet: herbivoor
grootte: 2,7 meter hoog
gewicht: 4-5 ton
tijd: Pleistoceen
locatie: Europa, Azië en Noord-Amerika
*"mammoet" is oudrussisch voor aardmol, men dacht dat het wezens waren die onder de grond leefden en stierven zodra ze met de lucht in aanraking kwamen. Dat zou verklaren waarom ze altijd met één kant in de grond vastzaten. In werkelijkheid waren ze door het ijs gezakt.


Dit was de klassieke mammoet, het uithangbord van de ijstijd.
De mammoet, het beroemdste prehistorische zoogdier. Met honderden karkassen, sommige met huid en vlees, gevonden, is dit het best bekende uitgestorven dier. Ook toen ze nog leefden waren mammoeten de meest voorkomde (grote) dieren. Ze ontstonden 135.000 jaar geleden en stierven 11.000 jaar geleden uit. Hoewel een kleinere soort in het oosten van Rusland overleefden tot ongeveer 3000 jaar geleden, dat is 1500 jaar na de bouw van de grote piramide in Egypte! Al honderden jaren na de ijstijd werden de botten gevonden door mensen, de nakomelingen van de Cro magnons die ooit jacht op de dieren hebben gemaakt. Men dacht vroeger dat het botten van reuzen of draken waren. Of van reuzeaardmollen, zoals al eerder werd vermeld. Pas driehonderd jaar geleden ontdekte iemand dat de botten van olifanten waren, wat veel vragen opriep, want wat deden olifanten in zo'n koud gebied? Tegenwoordig weten we dat de mammoet een tropische reus was die zich heeft getransformeerd tot een levend bastion tegen de kou.

Genetisch onderzoek heeft uitgewezen dat mammoeten erg nauw verwant zijn met indische olifanten. Eigenlijk zijn het gewoon olifanten met haar. Met het aanbreken van de ijstijden ontwikkelde deze dieren hun lange vacht en een tien centimeter dikke speklaag om hen warm te houden. Ook hadden ze om minder warmte te verliezen korte ledematen en oren. Hun gekromde slagtanden dienden om de sneeuw weg te schuiven. De slagtanden waren gemiddeld 2,5 meter lang langs de kromming gemeten, en het record staat op 4,2 meter.
Door hun gefossiliseerde maaginhoud weten we precies wat ze aten, voor 90% gras en de rest twijgen, bladeren en dennenaalden. Over het gedrag van mammoeten kunnen we veel afleiden van hedendaagse olifanten, aangezien ze genetisch bijna hetzelfde waren. Vermoedelijk waren mammoeten sociale dieren, ze leefden beslist in kuddes en misschien dat verschillende kuddes zich bij elkaar aansloten als dat nodig was. Vrouwtjes en jongen reisden in kuddes, aangevoerd door het oudste vrouwje, de matriarch. Mannetjes reisden alleen, en sloten zich aan bij de kuddes alleen in de paartijd. Behalve de twee soorten Homo sapiens (Neanderthaler en Cro magnon.) had een volwassen mammoet geen vijanden. De Neanderthalers jaagden niet zo vaak op mammoeten, waarschijnlijk alleen vanuit een hinderlaag. De Cro magnons deden dat nog minder, maar ze hebben de mammoet wel veel geschilderd op grotwanden. Hiermee hebben we dus een ooggetuigenverslag van hoe deze dieren leefden en hoe ze er uit zagen. Wat opvalt aan een grotschildering is dat de mammoeten een stijl aflopende rug hebben, die niet terug wordt gevonden bij een skelet. Waarschijnlijk was dit een bult vet, reservevoedsel voor tijdens de winter, zoals de bulten van een kameel, maar dan achterop het hoofd van de mammoet. Uit de grotschilderingen weten we ook dat mammoeten een bruine vacht hadden, en niet rood, zoals het haar op de karkassen laat blijken. Dat haar is rood gekleurd doordat in de loop der tijd het bruine pigment is afgebroken. Afgezien van dat kunnen we veel van het uiterlijk van mammoeten afleiden van de bevroren karkassen. Dikwijls waren ze zo goed geconserveerd dat het vlees nog gegeten kon worden, tijdens de goudkoorts in Alaska serveerden de restaurants, bij gebrek aan varkensvlees, mammoetvlees.



© J.Kielen

© J.Kielen