Indricotherium



betekenis: "Indrik beest*"
dieet: herbivoor
grootte: 8 meter lang, 4,5 meter hoog bij de heup
gewicht: 15 ton
tijd: Oligoceen
locatie: Azië

*Een Indrik is een soort van eenhoorn, volgens de russische folklore.


Indricotherium was het grootste landzoogdier dat ooit heeft geleefd.
Tijdens het Oligoceen leefde het grootste zoogdier dat ooit op land geleeft heeft, Indricotherium was zo groot dat je makkelijk onder hem door kon lopen, zonder dat je bol zijn buik raakte. De eerste fossielen van Indricotherium werden gevonden door de expeditieleden van Roy Chapman Andrews in Mongolië. Ze vonden daar wat botten die rechtop, in de oorspronkelijke positie, in de aarde gegraven lagen. Het leek wel of het beest rechtop gestorven was. Roy Andrews concludeerde dat het dier waarschijnlijk in drijfzand terecht was gekomen, en dus rechtop staand begraven werd. De grote botten zoals het dijbeen waren langer dan een mens, dat komt dikwijls voor bij sommige dinosaurussen, maar dit was een zoogdier.
De geleerden zagen dat dit een soort neushoorn was, maar dan veel groter. Ze berekenden, na vergelijking met gewone neushoorns, dat dit dier 26 ton zwaar moest zijn geweest. Dus zwaarder dan de meeste dinosaurussen. Tegenwoordig weten we dat Indricotherium lichter was, het was inderdaad een soort neushoorn, maar de geleerden waren uitgegaan van de proporsies van hedendaagse neushoorns. Indricotherium was een wat meer uitgerekte versie. De vrouwtjes wogen ongeveer 12 ton, de mannetjes maximaal 15. Evengoed zijn het de grootste landzoogdieren ooit.
Indricotheren waren zo ontzettend gegroeid om verschillende redenen, in het laat Eoceen en het Oligoceen maakten de regenwouden langzaam aan plaats voor open graslanden. De zoogdieren waren tot dan toe vrij klein geweest, maar in het open terein was het beter om groot te zijn. Als je groot bent kunnen de meeste roofdieren je niet grijpen, en ook kun je dan langer zonder voedsel en water. Je hebt dan zogezegt meer reserves om op te teren. Ook kun als je groot bent beter lange afstanden afleggen, in ieder geval was het voor de dieren dus zaak om groot te worden, en hieruit zijn de neushoorns en olifanten ontstaan. En Indricotherium was dus ook zo'n beest dat zich aan een leven in open gebied had aangepast.
Gras bestond al in het Oligoceen, maar Indricotherium at het niet, hij had een lange nek om de bladeren van de boomtoppen te eten.

©J.Kielen

©J.Kielen