Australopithecus afarensis



betekenis: "Zuidelijke Aap van Afar"
dieet: omivoor
grootte: 1,52 meter (m) 1,07 meter (v)
gewicht: 45 kilo (m) 28 kilo (v)
tijd: midden Plioceen
locatie: Afrika



De aap die op twee benen stond.
Australopithecus afarensis was lichamelijk net als een chimpansee, met het zelfde schedel, heupen, handen en hersenen. Kortom: een aap. Er was echter één belangrijk feit waardoor we weten dat afarensis onze directe voorouder was, afarensis was een aap die rechtop, op twee benen liep. Toen in 1974 het eerste skelet van afarensis werd ontdekt, en dat de naam "Lucy" kreeg, naar het Beatleliedje, wist men dat na een eeuw lang speuren eindelijk de "missing link" ontdekt was. Lucy werd gevonden in Ethiopië, nabij Hadar. Latere vondsten van afarensis komen uit Aramis (ook in Ethiopië), Omo, Turkana meer, Koobi Fora en Lothagam (allemaal in Kenia), en in Laetoli (Tanzania) zijn sporen gevonden van een rechtoplopende aap die aan afarensis worden toegeschreven (Hoewel het evengoed een Australopithecus africanus kan zijn geweest, het is nou eenmaal bijna ondoenlijk om aan de hand van voetsporen de soort vast te stellen. In ieder geval was het een rechtoplopende mensaap.). De meeste vondsten zijn fragmentarisch, maar toch hebben we een tamelijk goed beeld hoe afarensis er uitzag. Ze waren erg klein, de mannetjes waren hooguit 1,5 meter lang, en de vrouwtjes waren soms bijna twee keer zo klein. Lucy had een lengte van 1 meter 10. Het grote verschil in lengte geeft aan dat mannetjes onder elkaar vochten om een harem wijfjes. Bij zowat alle primaten komt dat voor. Alleen dominante mannetjes hadden het recht te paren en mochten het eerst eten. Het dominante mannetje was uiteraard de sterkste van de troep en doordat alleen hij zijn genen mocht doorgeven waren de vrouwtjes er van verzekerd sterk nageslacht ter wereld te brengen. Het is feite een wat effectievere manier om een soort te laten evalueren. Verder was de schedel erg aapachtig, met een zware vooruitstekende kaak, beenwallen boven de ogen en een platte hersenpan. Afarensis beschikte over 35% van de hersenen van de moderne mens, dat is amper meer dan een chimpansee heeft. Afgezien van het lopen op twee benen was afarensis dus nog volkomen aap.
Afarensis voede zich met fuit, noten, zaden en wellicht ook insecten, met name termieten, en vogeleieren. Vlees was een belangrijk deel van de voeding, hoewel afarensis het slechts af en toe at. Vlees bevat voedingstoffen voor grotere hersenen, en wij hebben onze hersenen voornamelijk te danken omdat onze voorouders met name tijdens de ijstijd zulke vleeseters waren. Maar in de tijd van afarensis aten onze voorouders alleen vlees als aas.
Afarensis was nog steeds aan de bomen gebonden, ze verschuilden er zich voor roofdieren en sliepen er s'nachts in zelfgebouwde nesten net als hedendaagse mensapen. Ze leefden in groepen van 20 of 30 en vrouwtjes verlieten soms hun troep en sloten zich bij een andere aan om inteelt te voorkomen.
Lange tijd werd gedacht dat afarensis de eerste aap was die rechtop liep, maar intussen zijn er al oudere soorten gevonden die al eerder op twee benen liepen, waaronder Sahelanthropus tchadensis die waarschijnlijk al 6,5 miljoen jaar geleden overeind stond, terwijl afarensis "nog maar" 3,5 miljoen jaar geleden leefde. Ook had een andere soort aap, namelijk Ramapithecus, zich gedeeltelijk aangepast om overeind te staan, maar Ramapithecus behoord niet tot de familie hominiden.

©J.Kielen

©J.Arts

De redenen dat apen overeind zijn gaan staan is waarschijnlijk omdat rechtoplopen efficienter is in open terrein. Het spaart energie en beperkt lichaamshitte. Daarnaast waren er nog wat bijkomende voordeeltjes:

  • Door rechtop te staan had afarensis een hoger gezichtspunt en kon dus verder zien.

  • Nu ze hun handen vrijhadden konden ze die gebruiken voor het grijpen en vervoeren/manipuleren van voorwerpen of voedsel. Kortom, ze konden dingen meenemen.

  • Door rechtop te staan leken ze groter dan ze waren en hadden zo een iets grotere kans om roofdieren af te schrikken. Ook bij gevechten onder elkaar was er meer kans dat schijngevechten genoeg waren, zonder dat er echt bloed vloeide.
  • De volgende redenen bleken niet de juiste te zijn waarom ze op twee benen gingen lopen:

  • Om betere stembanden te ontwikkelen. Dit bleek niet juist omdat hominiden pas begonnen te praten 2 miljoen jaar nadat afarensis leefde.

  • Om werktuigen te maken. De eerste hominide die stenen wertuigen maakte was Homo habilis, en die leefde 1,3 miljoen jaar na afarensis.

  • Om sneller te rennen en prooien te doden. Men twijfelt er aan of de op twee benen rennende apen sneller waren dan toen ze op handen en voeten liepen. Bovendien waren ze geen jagers, maar aaseters.